Voor het uitvoeren van werkzaamheden aan de verschillende componenten binnen een Nutanix omgeving is het veelal noodzakelijk deze in maintenance mode te plaatsen. Na het plaatsen van de node in maintenance, kunnen deze veilig en zonder verstoringen voor de virtuele machines worden uitgevoerd. Op het moment dat een node in maintenance mode wordt geplaatst, worden de aanwezige virtuele machines verplaatst naar een van de overgebleven actieve nodes binnen het cluster. Waardoor de desbetreffende node vrij is gemaakt van virtuele machines. Na het verplaatsen van de virtuele machines, is er nog steeds I/O actief via de aanwezige CVM op de node, ook deze dient voordat er bijvoorbeeld werkzaamheden op netwerkniveau worden gedaan, te worden afgesloten. Hiermee wordt ook de actieve I/O verplaatst naar een van de overgebleven nodes.

AHV Maintenance

Voor het plaatsen van een AHV host in maintenance mode, kan het volgende proces worden gebruikt:

Gebruik eerst het commando

./acli host.list

Voor het verkrijgen van een overzicht van de aanwezige machines binnen het cluster, dit zal een vergelijkbaar resultaat opleveren zoals hieronder wordt weer gegeven.

Hypervisor address Host UUID Schedulable  Hypervisor Type Hypervisor Name
192.168.1.10 7844ede2-696e-447c-b6db-123456789012 True kKvm AHV
192.168.1.11 50ba45c7-42dd-4b12-8927-123456789012 True kKvm AHV
192.168.1.12 d8d8a1b5-6025-4a1b-a7b3-123456789012 True kKvm AHV
192.168.1.13 3a0def4d-3425-41fe-a55b-123456789012 True kKvm AHV
192.168.1.14 6abd2977-b53d-4fa3-8e2d-123456789012 True kKvm AHV
192.168.1.15 1ab6f047-0740-4f38-8510-123456789012 True kKvm AHV

 

Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om de node te selecteren en deze in maintenance mode te plaatsen. Voor het daadwerkelijke in maintenance mode plaatsen van een node kan het volgende commando gebruikt worden:

nutanix@cvm$ acli host.enter_maintenance_mode Hypervisor address [wait=”{ true | false }” ]

Vervang hierbij het Hypervisor adres voor het IP adres of host naam van de node die moet worden afgesloten. Gebruik hierbij de parameter wait=true om te wachten tot de evacuatie van de virtuele machines naar een andere node is afgerond.

AOS Maintenance

De volgende stap binnen het proces is het in maintenance brengen van de CVM op de desbetreffende node. Dit kan op twee verschillende manieren worden uitgevoerd. Door het aanpassen van een parameter binnen de virtuele machine zelf, of door de CVM op gecontroleerde wijze down te brengen.

Gebruik hiervoor het commando ./ncli host ls binnen de CVM en selecteer uit de uitkomst de informatie achter het Id:

Id                        : 0005676f-aa97-7892-211b-123456789012

Gebruik vervolgens deze informatie en combineer dit met het volgende commando om de CVM in maintenance te plaatsen

./ncli host edit id=0005676f-aa97-7892-211b-123456789012 enable-maintenance-mode=true

Het gebruik van deze commando’s zijn erg specifiek en een betere manier en eenvoudige manier is het afsluiten van de CVM met het volgende commando:

./cvm_shutdown -P now

Op dat moment wordt alle actieve I/O verplaatst naar CVMs op de overige nodes binnen het cluster, zodat de CVM daadwerkelijk kan worden afgesloten.

Meer informatie

Voor hulp bij het uitvoeren van de upgrades of andere verbeteringen binnen het Nutanix Enterprise Cloud platform kunt u contact met ons opnemen door hier te klikken. Of wilt u kijken wat de mogelijkheden voor uw organisatie zijn bij het gebruik van de One-Click Update mechanisme, laat dan uw gegevens achter via het contact formulier en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op. Via mail kan natuurlijk ook, kies dan voor info@flexvirtual.nl.