Het Nutanix Enterprise Cloud platform maakt gebruik van het Acropolis Operating System (AOS) voor het leveren van functionaliteit binnen het platform. Met enige regelmaat worden hiervan nieuwe releases vrijgegeven waarbinnen naast het oplossen van problemen in de voorgaande versies ook nieuwe functionaliteit wordt toegevoegd.

Het AOS bevat de software voor de Controller VM en bevat alle softwarematige functionaliteit die binnen het platform kan worden toegepast. Hiermee is het onafhankelijk van de onderliggende hypervisor, zoals VMware ESXi, XenServer, Microsoft Hyper-V of Nutanix eigen hypervisor AHV zijn. Op deze manier wordt de functionaliteit direct voor alle hypervisors beschikbaar gesteld.

De release zou eerst gebaseerd zijn op de voorgaande versie (5.5.0) en zou versie nummer 5.5.1 krijgen. Nutanix heeft echter besloten dat het 5.6 gaat worden door het grote aantal wijzigingen op en toevoegingen aan de software.

Binnen de AOS 5.6 release zijn de volgende nieuwe functies opgenomen, deze worden verder binnen het artikel nader toegelicht.

  • Microsegmentatie
  • Volume Group Load Balancer
  • Twee-Node clusters
  • Tot 80TB per node
  • Erasure coding in-place overschrijven
  • Scale-out voor Prism Central

Acropolis File Services 3.0

  • NFS ondersteuning
  • CFT backups

Microsegmentatie

Met ingang van deze release is de mogelijkheid om het netwerkverkeer te segmenteren volledig opgenomen in de Acropolis HyperVisor (AHV). AHV is de hypervisor die door Nutanix zelf wordt ontwikkeld. Het beheer van de microsegmentatie functionaliteit vindt vanuit Prism Central plaats.

De Software Defined Networking (SDN) functionaliteit is afkomstig uit de technologie preview van de voorgaande versie. Hierbij kan er direct gebruik worden gemaakt van de voordelen van een gedistribueerde stateful firewall in de vorm van microsegmentatie en de daarbij behorende netwerk automatisering voor het toevoegen van netwerk services. De functionaliteit is native opgenomen binnen AHV en Prism Central en kan hierdoor direct ingezet worden.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Nutanix “1-click” methode om het gebruik ervan te vereenvoudigen. Policies vormen de basis en worden toegepast zonder dat er eisen worden gesteld aan het onderliggende netwerk. Hierdoor kunnen beheerders van het Nutanix Enterprise Cloud platform de functionaliteit toepassen zonder het onderliggende fysieke netwerk aan te passen, waardoor diepgaande kennis van dit fysieke netwerk niet benodigd is. De netwerk functionaliteit kan verder worden uitgebreid door functionaliteit van partners toe te voegen. En hier specifieke functionaliteit aan toe voegen wat ook al in gebruik is binnen de organisatie, zoals bijvoorbeeld een firewall.

Volume Group Load Balancer

Bij het gebruik van grote databases of applicaties die een hoge performance vereisen kan de vraag naar IO erg hoog zijn. Met het toepassen van Volume group load balancers kunnen Nutanix clusters opgeschaald worden door gebruik te maken van de scale-out architectuur van het onderliggende gedistribueerde file systeem. Hiermee wordt de applicatie IO automatisch verdeeld over meerdere nodes binnen het Nutanix cluster en worden de verschillende CVMs gebruikt om dit te realiseren.

Het mechanisme maakt hierbij gebruik van de Round Robin methodiek om het verkeer over de verschillende CVMs te verdelen. Waardoor de IO vanaf meerdere nodes aan de zelfde applicatie en/of database wordt geleverd.

Twee Node-Clusters

Voor organisaties die Remote Office/Branch Office (RoBo) locaties hebben, kunnen er nu clusters gecreëerd worden met 1 of 2 nodes op deze locaties. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van het Nutanix Enterprise Cloud platform wat centraal is geplaatst. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de voordelen die het Nutanix platform biedt en kunnen de locaties geschaald worden indien nodig. Met behulp van Prism Central kunnen ook de RoBo clusters vanaf een centrale locatie met behulp van de “on-click” methode remote worden beheerd.

Locaties met 1 node zijn bedoeld voor maximaal vijf virtuele machines en beschermingsniveau wordt op disk niveau aangeboden. Locaties met twee nodes is voor vijf tot 10 virtuele machines geschikt en bescherming wordt geboden op node niveau. Het is hierbij tevens mogelijk om verschillende hypervisors per locatie te gebruiken. Bijvoorbeeld VMware ESXi op de hoofdlocatie en de RoBo locaties voorzien van Nutanix AHV.

Tot 80TB per node

In de nieuwe AOS release wordt het mogelijk om tot 80TB aan capaciteit te creëren binnen een enkele node. Hierdoor wordt het mogelijk om meer capaciteit beschikbaar te stellen aan applicaties die dit vereisen. Hiermee kunnen bijvoorbeeld backup use cases worden ingevuld, waarbij een RoBo locatie met 80TB aan storage zijn eigen capaciteit hiervoor beschikbaar heeft.

Deze grotere nodes kunnen daarnaast ook toegepast worden voor bijvoorbeeld de Acropolis File Services (AFS) voor het aanbieden van file shares aan gebruikers en afdelingen.

Erasure Coding in-place overschrijven

Erasure coding heeft een negatieve impact op het storage gebruik en de acties die op de achtergrond plaatsvinden. Met de nieuwe versie van Nutanix EC-X wordt nu ook in-place overwrites of updates ondersteund. Door de aangepaste parity bits direct in-line te berekenen wordt voorkomen dat er achteraf nog bewerkingen moeten worden uitgevoerd en wordt de overhead in hoeveelheid storage verminderd met als gevolg een efficiënter EC-X proces. Klanten dia al EC-X gebruiken, zullen hier direct van profiteren op het moment dat de software wordt bijgewerkt.

Scale-Out voor Prism Central

Nieuw binnen AOS 5.6 is de scale-out architectuur voor Prism Central. Met behulp van deze ondersteuning vormen meerdere instanties van Prism Central een gedistribueerde control plane. Hiermee kunnen organisaties die grotere Nutanix clusters gebruiken, profiteren van de verhoogde beschikbaarheid van Prism Central door de onderliggende gedistribueerde methodiek.

Het creëren van een scale-out Prism Central omgeving wordt met behulp van de Nutanix 1-click functie gerealiseerd en kan worden toegepast op zowel VMware ESXi omgevingen en op Nutanix AHV. Met deze scale-out functionaliteit wordt het mogelijk om tot 25K virtuele machines centraal te beheren en meer dan 60 clusters te plaatsen.

NFS ondersteuning

Met de Acropolis File Services (AFS) kunnen gedistribueerd file services worden aangeboden aan gebruikers en applicaties. Met de nieuwe 3.0 versie wordt NFS v4 ondersteuning toegevoegd waardoor er nu zowel het SMB (2.0 en 2.1) als het NFS v4 protocol wordt ondersteund. NFS file shares kunnen worden gebruikt om file services aan Linux besturing systemen te leveren. SMB wordt gebruikt om data voor home folders, gebruikers profielen en afdeling shares aan te bieden. Op dezelfde file server kunnen aparte shares/exports worden gecreëerd voor zowel SMB en NFS.

CFTBackups

Binnen AOS 5.6 is het Change File Tracking (CFT) mechanisme opgenomen voor het efficiënter uitvoeren van backups. De methodiek wordt met behulp van REST APIs beschikbaar gesteld voor third parties. Door gebruik te maken van CFT gebaseerde backups wordt deze efficiënter uitgevoerd en wordt het mogelijk om incrementele backups uit te voeren in plaats van full-backups.

Verschillende partners gaan hiervoor in de toekomst ondersteuning bieden, zoals Commvault, Veritas en Rubrik.

Conclusie

Met elke nieuwe release van de Acropolis Operating System (AOS) wordt nieuwe functionaliteit toegevoegd en wordt bestaande functionaliteit verbeterd. Het Nutanix Enterprise Cloud platform wordt hierdoor geschikter voor Enterprise en Cloud toepassingen. Het upgraden naar deze nieuwe versie met bijbehorende functionaliteit wordt mogelijk met het 1-click Nutanix mechanisme.