Afgelopen maand heeft Nutanix een nieuwe versie van het Nutanix Operating System (NOS) vrijgegeven. De nieuwe versie bevat een flink aantal verbeteringen, nieuwe functies en ook zijn er meerdere aanwezige bugs verholpen. Met name de ondersteuning voor het gebruik van VMware vSphere 6.5 is een van de functies die binnen deze release zijn opgenomen. Ondersteuning voor Windows Server 2016 zit er helaas nog niet in.

Naast deze ondersteuning zijn er verschillende nieuwe en/of aangepaste functies die hieronder verder worden toegelicht.

Controller VM

De controller VM is het centrale punt binnen een Nutanix oplossing. Alle I/O van de virtuele machines gaat via deze controller VM en doordat deze volledig uit software bestaat, kan er op eenvoudige wijze nieuwe functionaliteit binnen het Nutanix Cluster worden opgenomen. De verschillende functies (b.v. compressie en/of deduplication) die beschikbaar zijn binnen de Controller VM gebruiken alleen een hoeveelheid geheugen om te kunnen functioneren. Met AOS 5.1 is het niet meer nodig deze Controller VM voor een toevoeging of verwijdering van functionaliteit af te sluiten. Het benodigde geheugen binnen de Controller VM wordt automatisch opgeschaald en afgeschaald. Binnen de Prism webconsole is hiervoor een speciale functie geïntroduceerd genaamd Configure CVM. De functionaliteit is bereikbaar met het invoeren van een wachtwoord en het admin account om deze veilig te stellen.

Tijdens het upgraden van het Nutanix Cluster wordt het geheugen van deze Controller VM automatisch bijgesteld naar 32GB. Hiermee is de Controller VM direct voorbereid om de verschillende functies te laten werken.

Administratieve toegang

De toegang tot de Controller VM gaat via de admin gebruikersnaam met het bijbehorende wachtwoord. Om de security op niveau te houden wordt direct na de eerste keer aanmelden de mogelijkheid gegeven het wachtwoord direct aan te passen. Het gebruikte wachtwoord dient te voldoen aan de complexiteit regels zoals deze door Nutanix zijn vastgesteld. Na het aanpassen van het wachtwoord wordt deze direct gesynchroniseerd tussen alle controller VMs, de Prism web interface en de SSH interfaces. Het wachtwoord heeft zonder aanpassingen geen expiration datum waardoor deze niet automatisch verloopt, dit kan op ieder moment naar wens worden aangepast. De eerste keer aanmelden dient via SSH of de Prism web console te verlopen.

De nCLI kan niet worden gebruikt als admin gebruiker, indien dit wordt geprobeerd, verschijnt de melding java is not installed. Om toch de nCLI vanuit de Controller VM te gebruiken, kan er aangemeld worden met su – nutanix met bijbehorend wachtwoord.

Alle toegepaste applicaties en scripts die gebruik maken van de admin gebruikersnaam voor authenticatie moeten worden aangepast. Hiervoor dient een gebruiker ingesteld te worden met de admin rol in plaats van het gebruik van het admin account.

Hybrid en All-Flash

Vanaf versie 5.1 kunnen hybride nodes met een mix van SSD’s en HDD’s (Hybrid) en All-Flash nodes door elkaar worden gebruikt binnen een cluster. Vereist is dat er minimaal twee all-flash nodes binnen het cluster worden toegepast.

Data Replicatie

Bij het gebruik van Metro Availability en synchrone replicatie kunnen nu systemen van verschillende vendoren (NX, Dell of Lenovo) worden toegepast. Deze nodes van de verschillende vendoren kunnen niet binnen hetzelfde cluster worden toegepast op een locatie, maar kunnen wel op een uitwijk locatie worden toegepast. Het gebruik van asynchrone replicatie kan te allen tijde worden toegepast tussen verschillende clusters.

XenServer Ondersteuning

Het gebruik van Citrix XenServer was in de voorgaande versie als tech preview opgenomen. Met de release van AOS 5.1 is deze functionaliteit nu volledig ondersteund bij het gebruik van XenApp en XenDesktop binnen de Nutanix clusters. Met behulp van XenServer kunnen virtuele machines worden voorzien van virtuele GPU’s op basis van NVIDIA M60 kaarten. Welke vervolgens binnen XenDesktop kunnen worden toegepast. Momenteel is de functionaliteit ondersteund op de volgende modellen:

  • NX-1065-G5;
  • NX-3060-G5;
  • NX-3175-G5 / NX-3175-G5 met NVIDIA M60.

XenServer is niet ondersteund op de storage only nodes (NX-6035-G5) of de lichte modellen.

1-Click Upgrades

Het upgraden van de software binnen de verschillende componenten kan centraal worden uitgevoerd vanuit Prism Central. Hiermee kunnen alle beheerde clusters binnen Prism Central naar een specifieke versie worden gebracht die compatible is met Prism Central.

Een Nutanix Cluster wordt aangestuurd vanuit Prism Element (Prism Web console), deze software kan nu geregistreerd worden binnen een Prism Central deployment vanuit de Prism Element web console.  Waardoor je bij een nieuwe Prism Central uitrol die vanuit de Prism Element web console is gedeployed direct kunt registreren.

Voor het verzamelen van cluster specifieke diagnostische informatie welke door Nutanix supportteams worden gebruikt is Pulse ontwikkeld. Deze kan nu binnen Prism Central worden ingeschakeld waardoor ook de Prism Central informatie en de registratie van toegepaste features naar Nutanix kan worden verstuurd.

De alerts binnen Prism worden nu automatisch op resolved gezet (indien ingeschakeld) als het systeem detecteert dat het probleem is opgelost of niet meer is voorgekomen binnen een bepaalde tijd. Het blijft mogelijk om deze alerts op elk moment handmatig te resolven. Er kunnen nu ook handmatig condities worden gedefinieerd waarop vervolgens alerts worden gecreëerd binnen Prism Central.

GPU Kaarten

AHV heeft vanaf versie 5.1 experimentele ondersteuning voor grafische GPU-kaarten. Deze experimentele ondersteuning houdt in dat GPU-kaarten prima gebruikt kunnen worden, maar dat het binnen productie omgevingen nog niet ondersteund wordt. Ook zijn er nog een aantal beperkingen die het gebruik van de kaarten qua functionaliteit wat beperkt. Deze beperkingen variëren van het niet kunnen verplaatsen van VMs met Live Migration tot het niet kunnen suspenden van de virtuele machines die deze kaarten via pass through gebruiken.

Er zijn twee type kaarten van NVIDIA die momenteel worden ondersteund. Op termijn zal dit aantal ondersteunde kaarten verder worden uitgebreid. De ondersteunde kaarten zijn de NVIDIA Tesla M10 en de NVIDIA Tesla M60 videokaarten.

Hot Plug RAM en CPU

In de voorgaande versie was deze nog als tech preview opgenomen, maar binnen versie 5.1 van AOS is deze functionaliteit volledig ondersteunt met AHV. Geheugen en CPU’s kunnen nu worden toegevoegd aan de actieve virtuele machines. Hierbij kan het aantal vCPU’s (sockets) worden verhoogd. Het aanpassen van het aantal cores per sockets vereist nog steeds een uitgeschakelde virtuele machine.

Overige aanpassingen

Kleine aanpassingen onderwater maken het gebruik van AOS net wat eenvoudiger en makkelijker in het gebruik. De volgende kleine aanpassingen zijn binnen AOS 5.1 door gevoerd:

  • Ondersteuning voor VMware vSphere 6.5 en vCenter Server 6.5;
  • Post-proces compressie is nu standaard ingeschakeld bij nieuwe containers en clusters;
  • Erasure coding is geoptimaliseerd voor het storage beheer en ruimtebesparingen indien deze is ingeschakeld.

Tech Preview

Binnen de release van AOS 5.1 zijn verschillende nieuwe functies als Tech Preview benoemd. Deze functionaliteit zijn beschikbaar en werken naar behoren, maar het wordt afgeraden deze al binnen een productie omgeving te plaatst. De ondersteuning vanuit Nutanix voor deze functies is dan ook beperkt.

De volgende functies zijn als Tech Preview binnen AOS 5.1 opgenomen:

  • GPU Pass-Through voor Gast VMs – Gast VMs kunnen direct toegang verkrijgen tot de aanwezige GPU resources. Meerdere GPU’s kunnen toegekend worden aan een enkele virtuele machine. Deze GPU pass-through functionaliteit is beschikbaar voor AHV vanaf versie 20160925.30 of nieuwer;
  • Software-Only ondersteuning voor Cisco UCS B-Series Blade Servers;
  • Integratie met Netwerk Functies binnen AHV – Binnen AHV cluster kunnen softwarematige functies worden toegepast, zoals bijvoorbeeld softwarematige load balancers en firewall voor het verwerken van virtuele machine verkeer. Dit wordt gerealiseerd door het verkeer door het Open vSwitch (OVS) netwerk te leiden. Met het plaatsen van deze netwerkfuncties binnen het netwerkpad, kunnen verschillende taken worden uitgevoerd die standaard niet aanwezig zijn binnen AHV, zoals bijvoorbeeld packet inspection of filtering. De ondersteuning voor netwerk functies is alleen beschikbaar binnen AHV clusters.

Upgraden

Het bijwerken van de software gaat waar mogelijk geautomatiseerd, wel zijn er een aantal richtlijnen waar rekening mee gehouden moet worden.

  • Bij het upgraden naar AOS 5.1 en gebruik van ESXi als de hypervisor en het beheer via vCenter Server dient het script get_vcenter_info uit te worden gevoerd zoals staat beschreven in het KB artikel KB 4332.
  • Indien Prism Central wordt gebruikt voor het centraal beheren van meerdere clusters, dan dient deze Prism Central als eerste te worden bijgewerkt. De volgende stap is het bijwerken van AOS op het cluster die door Prism Central worden beheerd.
  • Na het upgraden naar AOS 5.1 en indien er gebruik wordt gemaakt van AHV, dan dient de versie van deze ook zo snel mogelijk naar het laatste niveau te worden gebracht. Met het upgraden naar AOS 5.1 kan het zijn dat er tijdelijk met een unsupported of oudere versie van AHV wordt gebruikt.
  • Zorg ervoor dat tijdens het updaten de URLs: .compute-*.amazonaws.com:80 en release-api.nutanix.com:80 bereikbaar zijn om de upgrades soepel te laten verlopen.

Mochten er toch twijfels zijn bij het upgraden van de Nutanix software en heeft u daar ondersteuning in nodig of heeft u andere vragen neem dan contact op met FlexVirtual